
Feit of fabel? ‘De OZB‑lasten voor woningen groeien steeds meer naar elkaar toe’
Nu de gemeentelijke aanslagen weer op de mat vallen, blijkt dat de onroerendezaakbelasting (OZB) voor woningen in veel gemeenten is gestegen. Landelijk gaat het om een gemiddelde toename van 5,6 procent. Met de gemeenteraadsverkiezingen in zicht is het interessant hier dieper in te duiken, want de OZB wordt door gemeenten zelf vastgesteld.
Doorgaans ligt het OZB-tarief tussen de 0,05 en 0,15 procent van de WOZ-waarde, maar doordat deze waardes verschillen per gemeente lopen ook de OZB-lasten voor huiseigenaren sterk uiteen. Groeien de OZB-lasten door de nieuwste ronde correcties steeds meer naar elkaar toe, of het tegenovergestelde?
Wat blijkt?
Uit cijfers van het CBS blijkt dat de OZB‑lasten per inwoner niet naar elkaar toegroeien, ze lopen juist verder uiteen. Op Texel betalen woningbezitters het minst aan OZB (gemiddeld 104 euro); op Schiermonnikoog het meest (gemiddeld 635 euro). Het verschil tussen deze twee uitersten is in 2026 groter geworden: in 2025 was de kloof tussen de goedkoopste en duurste gemeente ongeveer 470 euro, dit jaar 530 euro.
Alphen aan den Rijn (+38) en Enkhuizen (+34) hebben de grootste procentuele stijgingen, wat respectievelijk 57 en 54 euro per inwoner extra kost, terwijl gemeenten als Lansingerland en Opmeer juist een daling van 1,8 procent (4 euro) hebben.
Tegelijkertijd zeggen deze aantallen niet alles: percentages zonder de absolute bedragen kunnen een vertekend beeld geven. Dat wordt duidelijk op de Waddeneilanden. Hoewel de OZB op Texel, Terschelling en Schiermonnikoog vergelijkbare procentuele stijgingen kent (respectievelijk 14,3, 10,4 en 11,8 procent), lopen de daadwerkelijke bedragen uiteen: op Texel gaat het gemiddeld om 13 euro, op Terschelling om 31 euro en op Schiermonnikoog om 67 euro extra.
In dat licht valt op dat de verschillende procentuele veranderingen in de G4, Utrecht 5,3 procent (10 euro), Rotterdam 4,4 procent (5 euro), Den Haag 2 procent (2 euro) en Amsterdam -7,4 procent (13 euro), juist in termen van geld dichter bij elkaar liggen.
Oordeel: De stelling dat de OZB‑lasten in Nederland steeds meer naar elkaar toegroeien is een fabel. De absolute lasten én de procentuele stijgingen lopen verder uit elkaar.
Elke maand nemen we een nieuwe stelling onder de loep. Heb jij iets wat je wilt laten factchecken door Dynamis Research? Laat het ons weten!






