
Vanaf morgen geldt een labelplicht voor rijksmonumenten, toch heeft slechts 1 op de 5 er een
De energielabelplicht geldt vanaf morgen, vrijdag 29 mei, ook voor beschermde monumenten. Daarmee wordt een omvangrijke, tot nu toe vrijgestelde groep gebouwen alsnog onderdeel van deze wettelijke verplichting. Voor woningen en commercieel vastgoed werd het energielabel in 2015 namelijk al verplicht bij verkoop, verhuur en verlenging van huurovereenkomsten. Monumenten en religieuze gebouwen kregen een uitzonderingspositie, maar daar komt dus een einde aan.
Dat heeft alles te maken met de invoering van de Europese richtlijn EPBD IV (Energy Performance of Buildings Directive IV). Hierdoor zijn EU-lidstaten verplicht de energieprestatie van alle gebouwen transparant te maken, inclusief monumenten. Hiervoor wordt geen apart energielabel ingevoerd: monumenten vallen binnen het bestaande labelsysteem. Wel wordt bij de bepaling van het label rekening gehouden met de bijzondere bouwkundige en historische eigenschappen van deze panden, zoals beperkte isolatiemogelijkheden, monumentale gevels en het behoud van originele kozijnen of glas-in-lood.
Hoe staan Rijksmonumenten er nu voor?
Nederland telt meer dan 141.000 beschermde monumenten, waarvan ruim 63.000 de status van rijksmonument hebben. Voor dit onderzoek richten we ons op deze groep, bestaande uit historische gebouwen, archeologische vindplaatsen en door de mens aangelegde groene structuren. Historische gebouwen vormen veruit de grootste categorie, met ruim 50.000 objecten.
Op dit moment beschikt slechts 22 procent van deze historische gebouwen over een energielabel. Oftewel: het overgrote deel heeft er nog geen. Dit betekent dat de invoering van de energielabelplicht niet alleen een administratieve verplichting is, maar een behoorlijke inhaalslag vraagt van de markt. Eigenaren worden ineens gedwongen om inzicht te krijgen in de energieprestatie van hun pand.
Inhaalslag al voorzichtig begonnen
Sinds februari 2026 is er wel een toename zichtbaar: bij 655 rijksmonumenten is sinsdien een energielabel toegevoegd. Dit suggereert dat de eigenaren hiervan anticiperen op de aankomende verplichting. Ze werden vooral aangevraagd voor monumentale woning(complex)en, namelijk 463. Noord-Holland levert daaraan – niet verrassend, gezien het grote aantal rijksmonumenten (12.725) – het grootste aandeel, met 143 nieuw toegevoegde labels.

In totaal heeft Flevoland met 29 procent het hoogste percentage monumenten met een energielabel. Het is echter ook de provincie met verreweg het laagste aantal rijksmonumenten (59). Na Flevoland hebben Groningen (25 procent) en Zuid-Holland (24 procent) relatief de meeste energielabels. Utrecht en Drenthe scoren met 20 procent het laagst van alle provincies.
De slechtere energielabels domineren
Van de rijksmonumenten waarvan wél een energielabel bekend is, domineren de slechtere energielabels (D tot en met G) met ruim 55 procent. Hierbij komt label G het meest voor, namelijk bijna 19 procent. Tegelijkertijd zijn de beste labels (A+ en hoger) schaars vertegenwoordigd, met slechts iets meer dan 7 procent.

*Voor Flevoland ontbreekt een waarde vanwege het lage aantal monumenten.
Dit bevestigt het beeld dat monumentaal vastgoed over het algemeen niet erg energiezuinig is, wat te verklaren valt omdat deze panden door de beschermde status doorgaans lastiger te verduurzamen zijn. Verduurzaming is echter niet geheel onmogelijk. De labelplicht maakt de achterstand expliciet zichtbaar en zal ervoor zorgen dat er meer druk komt op het verbeteren van de energieprestatie.
Kastelen, landhuizen en religieuze gebouwen blijven achter
Er zijn duidelijke verschillen zichtbaar als we onderscheid maken tussen het type gebouwen. Gebouwen met een woon- of commerciële functie hebben vaker een energielabel (23%), terwijl gebouwen zoals kastelen, landhuizen (13%) en met name religieuze gebouwen (9%) achterblijven. Dit verschil wijst erop dat de labelplicht vooral effect heeft in segmenten waar transacties vaker plaatsvinden, zoals op de woningmarkt.
Voor religieuze gebouwen geldt overigens nog wel een uitzondering: gebouwen die (gedeeltelijk) worden gebruikt voor erediensten en religieuze activiteiten zijn vrijgesteld van de energielabelplicht. Dit is duidelijk zichtbaar in de cijfers: slechts 4 procent van de monumentale kerken beschikt over een energielabel. In de gevallen waarin kerken wél een energielabel hebben, kan er sprake zijn van niet-religieus gebruik, zoals een transformatie naar woning of kantoor.
Vooral inzicht, weinig aansporing
Door de nieuwe plicht ontstaat er een nieuwe dynamiek: enerzijds is transparantie het doel van de richtlijn, anderzijds blijven de mogelijkheden om monumenten daadwerkelijk te verbeteren beperkt. De labelplicht is daarmee waarschijnlijk vooral een instrument voor inzicht, en in mindere mate een aansporing tot verduurzaming.






